
Dit is misschien de enige streek op het Amerikaanse vasteland waar Chinese, Japanese, Filipinos, Afrikaanse Amerikanen, Vietnamese, Koreaanse en Cambodjaanse inwoners samen woonden in dezelfde wijk. In het begin kwamen de inwijkelingen uit Azie – meestal ongetrouwde mannen - aan met het stoomschip of de trein in deze nieuwe havenstad, op de vlucht voor oorlog en armoede. Ze hokten samen in de hotels, op de stoep van de winkels en in de tewerkstellingskantoren in de buurt van het station en de waterkaai. Op zoek naar werk in visverwerkende industrie, de spoorwegen en de mijnen. Velen vonden werk in de dienstverlenende sector die tot stand kwam rond deze nieuwe industrie. Als werknemer in de wasserijen, de hotels, restaurants, winkels en goktenten. Ze leefden van de schaarse middelen, en vonden steun bij hun mede inwijkelingen tegen het misbruik dat overal heerste. Zij die beslisten om te blijven lieten vrouw en kinderen overkomen om bij hun te wonen.
Ik ben nog nooit in 'Chinatown' in New-York geweest, maar heb ergens gelezen dat deze wijk in vergelijking vrij klein is.
Alle opschriften aan de winkels zijn ook in het Chinees vertaald. Je ziet duidelijk de Chinese invloeden aan de gevels en de mooiste plaats was de prachtig versierde poort in het midden van Chinatown, een geschenk van de stad Beijing aan haar zusterstad Washington. Voor het eerst zag ik veel zwervers en enkele bedelende mensen. Er hingen hier ook veel mensen rond op straat, maar echt een onveilig gevoel had ik er nooit.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten