dag 2: Savannah- St Augustine

















Voor onze eerste tussenstop kozen we het stadje Savannah in Georgia uit.Sinds er een boek over Savannah geschreven is dit rustige havenstadje aan de Atlantische kust van Georgia een drukke toeristenpleister geworden. Gelukkig verandert dat niets aan de mooie opzet van het stadje, met 21 pleinen, ontelbare bomen en Victoriaanse huizen.
Het is een stad met veel magnolia’s en grote eiken met Spaans mos, waar prachtige grote oude huizen met zuilen en geveltrappen en balkons met smeedijzeren balustrades de sfeer bepalen.

Sinds het verschijnen van de bestseller ‘De moord’of 'Midnight in the Garden of Good and Evil' van John Berendts in 1994 staan de stadswandelingen en de souvenirs in teken van misdaadverhalen.
Maar er is veel meer dan dat, op deze zonnige zondag was het heerlijk vertoeven langs het water.
Er zijn veel kroegen die tevens als restaurant dienst doen en vice versa. Er zijn veel banketbakkers-annex-bonbonswinkels, waar soms de lokale toffee - taffy - ter plekke, in het openbaar, wordt geproduceerd. Er is een pindawinkel met heel veel verschillende soorten nootjes (waar ik voor Bruno een heerlijke mengeling kocht om 's avonds op de hotelkamer te snoepen). Er klonk veel Ierse muziek, had dit iets te maken met de naderende Sint Patricks-day of met de aanwezigheid van een grote Ierse gemeenschap?

Op River Street zorgen grijze klinkers voor het comfortabele deel van het wegdek en grote, werkelijk ongelijk gelegen stenen - geen kinderkopjes maar reuzenhoofden - voor de rest.



De talrijke winkels langs de kade zijn in prachtige oude gebouwen gevestigd zijn. De gebouwen zijn drie- tot vierhoog, van verweerde, nu grijs-beige stenen en werkelijk glorieus. Dat glorieuze geldt ook voor de rest van Savannah.

Wie de kade verlaat via de brede stenen wegen of steile smalle trappen langs de hoge kademuren en de stad inloopt, komt niet terecht in een bruisende omgeving maar in een rustige binnenstad. Niet dat er helemaal niets gebeurt. Er zijn galerieën: de Savannah College of Art and Design. Savannah zit ook vol met antiekwinkels en er is zelfs een route met antiekzaken uitgestippeld. Toeristen worden in trollies of door paarden getrokken rijtuigen door de stad gevoerd.

Savannah met zijn 143.000 inwoners noemt zichzelf een van de ‘Top Tien Wandelsteden In De Verenigde Staten’ en dat lijkt me een goede inschatting, want voor mij had de stad iets 'Europees', auto's worden naar de parkeerplaatsen geleid en er werd naar Amerikaanse normen heel veel gestapt in deze stad.
Het was echt genieten om te wandelen nast de statige huizen met een façade die door trappen en balkons wordt gedomineerd. De aan elkaar gebouwde herenhuizen, meestal drie hoog en soms met erkers, liggen aan de stoep, vaak met twee stel trappen, links en rechts, langs de voorkant van het huis, die bij een plateau voor de voordeur op de tweede verdieping bij elkaar komen; onder de trappen leidt dan een deur naar de eerste verdieping of een souterrain.

Het is net een openluchtmuseum van relatief sobere maar elegante achttiende-eeuwse huizen en van tierelantijntjes voorziene negentiende-eeuwse Victoriaanse architectuur. De bomen en struiken, niet alleen eiken maar ook oleanders en azalea’s en andere uitbundige flora, maken van Savannah eigenlijk een enorme tuin.

Omdat deze stad me aangenaam verraste zocht ik enkele tekste omtrent het ontstaan van Savannah:

Het gekriskras door Savannah maakt duidelijk wie aan de basis stond van al het schoons: James Oglethorpe. De Engelse generaal en gevangenishervormer overtuigde Koning George II ervan een nieuwe kolonie genaamd ‘Georgia’ te stichten ten Zuiden van South Carolina. Als leider van een scheepslading mannen, vrouwen, kinderen, varkens, kippen, geiten en ganzen arriveerde hij in 1733 aan de monding van de Savannah, waar opperhoofd Tomochichi van de Yamacraw Indianen het gezelschap toestemming gaf zich te vestigen. Oglethorpe ging meteen aan de slag. Hij stichtte Georgia en ontwierp Savannah als een uniek symmetrisch raster van haaks op elkaar liggende brede boulevards en nauwere zijstraten, waarbij om de paar honderd meter het stratenplan wordt onderbroken door een vierkant park waar de straten traag omheen lopen.

Oglethorp was geïnspireerd door zeventiende-eeuwse Londense wijken en nadat hij zelf het eerste deel met vier parken had aangelegd, werd zijn ontwerp voortgezet totdat er 24 parken waren. Daarvan zijn er nog 21 over. Het leverde hem een beeld op midden in Chippewa Square.

Savannah gaat binnen Amerika door voor een schoolvoorbeeld van stadsconservering. De stad begon eind negentiende eeuw te vervallen, wat enorme vormen aannam toen bewoners van de achttiende- en negentiende-eeuwse wijken in de jaren twintig naar nieuwe suburbs vertrokken. Na de Tweede Wereldoorlog was Savannah een verzameling ongeverfd en rottend hout, ingevallen daken en kapotte, al dan niet dichtgespijkerde ramen.

Naoorlogse projectontwikkelaars, gestimuleerd door economische groei, meenden er wel raad mee te weten. Ze hadden visioenen van lucratief geachte kale grijsheid met veel cement, asfalt en verkeer. Zo ging in 1954 de City Market tegen de vlakte om plaats te maken voor een parkeergarage.

Enkele uren voordat de rest van de gebouwen zou gesloopt worden werd het pand, tegenwoordig een museum, gered door zeven blauwbloederige maar strijdlustige dames, die nu legendarisch zijn maar toen door de ontwikkelaars ongetwijfeld als bemoeizuchtige oude taarten werden beschouwd. ‘De Zeven’, zoals ze nu worden genoemd, richtten vervolgens de Historic Savannah Foundation, Inc. op om hun bemoeizucht kracht bij te zetten. Eenderde van de oude stad was toen al gesloopt - soms simpelweg om de unieke, grote grijze bakstenen te verkopen - en daar zou het niet bij blijven. Uiteindelijk slaagden de stichting en een tweede organisatie, de Savannah Landmark Rehabilitation Project, erin het tij te keren.

Dankzij deze strijdlustige dames werd het bezoek aan Savannah een onvergetelijke ervaring.
Bruno heeft veel gemist en kon enkel genieten van een Starbucks op een zonovergoten terras, maar zijn bezoek aan het Mighty Eight Museum (over the Eight Airforce tijdens WO II) maakte veel goed voor hem!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten